Index

Awards

links

Deel1

Deel2

Deel3

Deel4

Deel5

Deel6

Deel 7

Deel 8

Deel 9

Deel 10

Deel 11

Deel 12

Deel 13

Deel 14

Deel 15

Deel 16

Deel 17

Deel 18

Deel 19

Deel 20

Deel 21

Deel 22

Deel 23

Deel 24

Deel 25

Deel 26

Deel 27

Deel 28

Deel 29

Deel 30

Deel 31

Deel 32

Deel 33

Deel 34

Deel 35

Deel 36

Deel 37

Deel 38

Deel 39

Deel 40

Deel 41

Deel 42

Deel 43

Deel 44

Deel 45

Deel 46

Deel 47

Deel 48

Deel 49

Deel 50

Deel 51

Deel 52

Deel 53

Deel 54

Deel 55

einde

apart

 

                                                                               kattenman@2005

                                                                                                                                         

                                                              Hoofdstuk 29.

 

Alles ging zijn gangetje, mijn baasje was al drie keer geweest, toen op zekere dag er een kat in het kooitje beneden mij werd gezet.

Nieuwsgierig als ik was vroeg ik wie hij was.

Hij had een heel eigenaardige naam.

Zijn naam was J.W.H maar men noemde hem Joost.

Hoe hij dat uitsprak was al om te lachen, alsof hij iets heel warms in zijn bekje had.

Hij was heel geleerd want hij zat altijd voor de TV van zijn baasje en leerde alles wat daar werd vertoond.

Ik vroeg hem dus waarom hij bij Herman was gekomen.

Wat hij toen vertelde daar had ik nog nooit van gehoord, hij had last van Alopecia!

Ik ben een kattus bonus als ik daar iets van snapte.

Ondertussen waren de andere poezen en katten naast mij ook wakker geworden en hoorde ons gesprek

heel verbaasd aan.

Ik vroeg hem of hij dat niet zelf op kon lossen.

Daar wenste hij niet op te antwoorden!

Nee, nou zal nog leuk worden, nog hoog van de toren blazen ook!

Toen sprak Joost dat hij de kooi helemaal niet zo hoog vond staan en zeker niet torenhoog!

Alle poezen en katten rolden in hun kooitjes van plezier nadat hij dit had gezegd.

Wat een vreemde snuiter, gewone poezentaal begreep hij niet!

Ik besloot hem te vragen of hij nog broers en zusters had.

Het bleek dat hij nog één broer en twee zussen had die allemaal uithuizig waren.

Dat begrepen wij dus niet, hoezo uithuizig, als wij poezen naar buiten gaan zijn wij toch allemaal buiten ons huis?

De aap kwam uit de mouw toen Joost vertelde dat zijn twee zussen in dienst waren van een bedrijf.

Poezen in dienst van een bedrijf?

Dat was toch altijd andersom!

Mensen zijn toch in dienst van ons?

Ik kon mij niet voorstellen dat er poezebeesten waren die bij mensen in dienst waren.

Mensen moeten ons altijd verzorgen, ons eten geven wanneer wij dat wensen bijvoorbeeld.

Of ons aanhalen wanneer wij dat willen, niet wanneer de mensen dat willen!

Mensen moeten ons verzorgen, niet andersom toch?

Volgens Joost begrepen wij er helemaal niets van, alleen hooggeplaatste en hoogbegaafde poezen mochten dit.

Nou, wij waren blij dat wij enigszins normale poezen waren.

Joost vertelde dat zijn twee zussen al diverse prijzen hadden gewonnen.

 

                                                            

 

Jaja, ik won elke dag een prijs, mijn volle voedselbakje bijvoorbeeld!

Nadat wij enigszins bedaard waren van het lachen ging Joost verder met vertellen.

Zijn zussen hadden al diverse schoonheidsprijzen behaald in hun klasse.

Poekkie( de poes naast mijn kooitje) had dat eens op TV gezien, poezen die rechtop zaten en die

in hun bekje gekeken werden of  hun tandjes wel waren gepoetst.

Ook werd hun vacht bijna elke vijf minuten geborsteld en soms kregen ze in hun vacht een strikje.

Dus al wij het goed hadden begrepen kregen de zussen van Joost prijzen alleen omdat ze een strik hadden,

zich telkens lieten borstelen en daarbij hun witte tandjes lieten zien?

Tina liet bij wijze van grap haar stompjes van tanden zien waarop iedereen het uitmiauwde van het lachen.

Wat hadden wij een lol met Joost, nooit geweten dat een kat die zo sullig was als hij ook lollig kon zijn.

 

                                                             

 

Het werd een hele discussie tussen ons, de normale poezen, en Joost die niet begreep dat er zulke

eigenwijze en vreemde poezen bestonden.

Wij hadden alleen nog geen antwoord op onze vraag wat nou Alopecia was!

Allicht zal Herman dat wel weten, ook hij was geleerd, alleen gedroeg hij zich gelukkig normaal.

Toen Herman dus na een tijdje binnenstapte vroeg ik dus aan hem wat dat moeilijke woord nu betekende.

Herman keek mij eens onderzoekend aan en vroeg of ik meende wat ik zei.

Ik was nog nooit zo serieus geweest want ik wilde de betekenis weten van dat moeilijke woord.

Dat moeilijke woord betekende dus dat iemand last had van overmatig haaruitval volgens Herman.

Nadat Herman dit had verteld en naar de spreekkamer was gegaan miauwden wij het uit van het lachen.

Mmiaauuw, dus Joost had last van kale plekken………mwraawwwawah.

Dan had hij dus de kale plekken prijs zeker gekregen miauhawaw.

 

                                                              

 

Nu had hij binnenwerk gekregen in plaats van buitenshuis bezig te zijn…Mhiaumahaha..

Wij kwamen niet meer bij van het lachen en bij sommigen rolde er tranen uit hun oogjes puur van het lachen.

Wij waren door het dolle heen toen, in een poging ook wijs te doen, tina aan ons vroeg of wij al kataplexie hadden.

Proestend antwoordde ik dat Joost het wel zal weten, ik in ieder geval niet.

Toen sprak Joost, met zijn eigentijdse uitspraak, dat kataplexie een plotseling optredende verslapping of verstijving van spieren is als gevolg van een vreselijke lachbui of plotselinge woede.

Ik bleef enkele ogenblikken, met mijn bekje wijd opengesperd van verbazing, naar Joost kijken.

Hadden wij iemand gevraagd wat dat moeilijke woord was dan?

Wat wij toen van Joost als antwoord kregen hadden wij nooit verwacht.

Joost zijn volledige naam was Joost Weet Het, afgekort door Joost.

Hij kon het ook niet helpen dat hij bijna alles wist wat normale poezen niet weten.

Het enige wat hij deed was dieren helpen die het niet wisten en het aan hem vroegen, vandaar de naam.

Dat hij daarbij nogal sullig overkwam was een logisch gevolg van het eeuwige leren.

Wij moesten hem maar niet kwalijk nemen dat hij alles wist en dat hij zo raar op ons overkwam.

Onder normale omstandigheden had hij ons nooit tegengekomen.

Mismoedig keerde Joost zich om en ging zijn slaapplekje opzoeken.

Voor de tweede maal binnen korte tijd viel mijn bekje open van verbazing.

Plots voelde ik medelijden, eigenlijk een soort medeleven.

Wat een stelletje oenen waren wij.

Goed, Joost was een sul en wist alles beter maar om iemand daarom uit te lachen ging zelfs mij te ver.

Voorzichtig draaide ik mij om en met mijn kopje naar beneden, zodat ik Joost kon zien, miauwde ik dat wij

ons eigenlijk diep schaamden omdat wij om hem zo onbedaarlijk hadden gelachen.

Zonder zijn kopje op te heffen miauwde Joost terug dat hij dat inmiddels wel gewend was,

maar dat hij het nooit leuk vond.

Gelukkig waren er ook poezen die hun fouten inzagen en zich verontschuldigden, zoals ik meende Joost.

En zo was de vrede weer getekend.

Nadat ik met mijn pootje even tegen zijn kopje had getikt stond Joost weer op en begon zich schoon te likken.

Nog voordat iemand ook maar iets kon zeggen sprak Joost, met een lichte twinkeling in zijn oogjes, dat hij zich niet schoonlikte om een prijs te verdienen maar om zijn losse haren weg te krijgen.

Nu moest iedereen, ook Joost, lachen en was iedereen blij dat ook hij even een normale kat was.