Hoofdstuk
39 tobi is
dronken
kattenman@2005
Van al dat eten krijg je enorme
dorst.
Baasje had dat goed in de gaten,
zodra we hadden gegeten werd onze waterbakken opnieuw gevuld met vers water.
Ik zal nooit die ene dag
vergeten dat ik me vergiste, nou ja vergiste.
Ik was gewoon vreselijk
nieuwsgierig!
Tjonge wat ging
ik af!
Kleintje lag
lekker te doezelen op de bank en ik was nog redelijk wakker.
Ik sprong op
de vensterbank om lekker naar buiten te kijken.
Buiten
glinsterde alles, dat betekende dat het nat was, regen dus.
En regen
betekende ook water.
Meteen voelde
ik me dorstig en sprong van de vensterbank.
Ik liep de
woonkamer in en zag dat baasje iets uit een fles in een glas schonk.
Het leek wel
water, water uit een glas, och waarom
ook niet.
Baasje zette
het glas op tafel en zette de fles terug.
Daarna liep
hij weg.
Dit was dus
mijn kans, ik wist eigenlijk wel dat geen water zou zijn, maar aangezien katten
vreselijk nieuwsgierig zijn
sprong ik dus
op de tafel.
Ik rook er
voorzichtig aan, lekker zoet.
![]()
Heel
voorzichtig likte ik, mmm dat smaakte naar meer.
Ondertussen
keek Kleintje mij aan en miauwde dat ik er beter af kon blijven, je weet nooit
de gevolgen.
Nou het gevolg
is dat ik veel lekkerder water heb gevonden en mijn dorst les!
Tjonge
Kleintje moet je ook eens proberen, dat smaakt echt heel lekker!
Na een kleine
drie minuten kwam baasje de kamer weer in en zag mij uit het glas likken.
Onmiddellijk
joeg hij me weg.
Waarom, ik had
toch niet iets verkeerds gedaan, alleen water gedronken toch?
Verontwaardigd
begon ik mezelf schoon te likken.
Ik stond wel
een beetje wiebelig op de poten merkte ik.
Nadat ik klaar
was keek ik naar…3 baasjes?
DRIE baasjes,
ik zag er werkelijk drie, ik had toch maar één baasje?
Alleen zag ik
die drie baasje niet echt scherp, welke was de echte.
Wil mijn echte
baasje stil blijven zitten, jullie bewegen allemaal van links naar rechts en
terug.
Heel langzaam
stond ik op, ik voelde mij wat wankel in de poten en liep naar onze katten
kamer.
Wat voedsel
zou me goed doen dacht ik.
Ik richtte
mijn ogen op de ingang van de kamer en begon mijn reis.
Ja ik zeg
reis, het was maar een paar meter, maar ik liep dus heel voorzichtig!

Ik was er bijna toen ik tegen de opgezette hond aanliep, ik zag hem
wel maar liep toch tegen het aan.
Ik mompelde nog iets van sorry, neem me niet kwalijk en waggelde naar
mijn voedselbakjes.
Inderdaad voedselbakjes, het waren er VIER.
Normaal moesten het er twee zijn, één voor mij en één voor Kleintje
Ik snapte er geen miauw van en schreeuwde een miauw naar kleintje om hulp.
Direct sprong Kleintje van de bank en liep naar mij.
Tjonge wat kon die oude dame lopen op haar oude dag of leek het maar zo?
Zij besnuffelde mij eens en zette een hoge rug op die haar drie maal zo dik leek te maken als waarschuwing.
Een waarschuwing aan mij?
Ja, want je ruikt niet naar de Tobi die ik ken
Whattt haddik gedaannn,
Wrrom wazz allesz tegen mij hik, oeps sorry.
Had allenig wat water gedronkt!
Baasje riep ons bij zich en meteen draaide Kleintje zich om en rende naar baasje en ging naast hem op de bank zitten.
Wauw, waar was Kleintje opeens gebleven?
Ik zag een schim weggaan, zou dat Kleintje geweest zijn?
Ik besloot om die zelfde weg als die schim te volgen, baasje had ons geroepen dus zal Kleintje wel bij baasje zijn.
Het was veel makkelijker gedacht dan gedaan merkte ik.
Ik probeerde me stoer te houden maar volgens mij slingerde ik de hele kamer door.
Of slingerde de kamer zo erg, ik wist het echt niet meer.
Eindelijk was ik vlakbij en ik berekende mijn sprong om op de bank te komen.
Voorheen kon ik goed rekenen, maar nu sloeg ik de plank goed mis, ik zette me af en belandde met mijn snuit op de bank.
Wanhopig klauwde ik mijn nagels in de bank om er op te komen.
Gelukkig gaf Baasje mij een zetje en eindelijk was ik op de bank.
Tjonge, tjonge, waarom zitten Baasje en Kleintje nou niet even stil!
Soms waren er twee baasjes en drie Kleintjes en soms was alles weer normaal, behalve dat alles bewoog
Baasje begon uit te leggen wat ik verkeerd had gedaan.
Ik wilde terug miauwen dat ik niets verkeerds had gedaan, maar één blik van Kleintje was genoeg om dit toch maar niet te doen
Het zogenaamde water wat ik had gedronken was in werkelijkheid geen water.
Het was jenever, en dat bevat alcohol en die alcohol benevelde mijn brein en bewegingen.
Hoezo benevelen, wat bedoelde Baasje daar nu weer mee, ik wiebel een beetje en alles draait is dat alles?
Een gezonde kat zal nooit zo lopen en zich bijna nooit misrekenen met een sprong, dat bedoel ik zei Baasje.
Kleintje miauwde precies hetzelfde als Baasje.
Nadat Baasje alles had gezegd stond Baasje op en ging mijn waterbakje vullen en zette het op de bank.
OP de bank, dat was vreemd, dan moest er wel iets aan de hand zijn met mij, ik was toch niet ziek.
Toch begon ik te drinken, het smaakte me toch eigenlijk wel.
Dit is het echte water miauwde Kleintje lachend.
Nadat ik het water allemaal had opgedronken zette Baasje mijn inmiddels gevulde voedselbak ook op de bank.
Nou ja, zulk personeel waar vindt je dat nog, je wordt op je wenken bediend.
Ik hoefde maar aan eten te denken of het stond al klaar en nog wel op de plek waar ik zat!
Ook het eten smaakte me opperbest en nadat ik alles had opgegeten wilde ik mezelf schoon likken.
![]()
Inderdaad, ik wilde het maar mijn ogen werden plots zo zwaar dat ik een diepe zucht slaakte en mezelf nog net kon neerleggen op de bank, pal op Kleintje.
Het duurde seconden voordat ik in een diepe slaap was.
Ik voelde nog dat Kleintje zich heel voorzichtig onder mij uit wurmde en dat was het laatste wat ik me herinner.
Katten kunnen dom zijn, het was nieuwsgierigheid dat de kat doodde, was het gezegde dacht ik.
Gelukkig doodde het deze keer de kat niet, het maakte hem alleen maar dronken, hihi.