![]()
![]()
kattenman@2005
oofdstuk
54 een nogal nare
belevenis verteld door Kleintje.
Ik zat dus al enige tijd niet lekker in mijn velletje zoals ze dat zeggen.
Tot overmaat van ramp moest Tobi plotseling naar Herman voor zijn auw-pootje, mij achterlatend zonder reismand.
Dus ja ik wilde toch ergens lekker slapen en uiteindelijk kwam ik nog een paar pogingen toch op de bank.
Toen Baasje dus terugkwam, zonder mijn maatje Tobi, keken wij beiden nogal vreemd tegen elkaar.
Baasje omdat ik toch op de bank was gekomen en ik omdat mijn maatje noch bij Herman was.
Ik sprong dus van de bank af en wilde eigenlijk wat eten, maar mijn maagje zat nog vol dus lebberde ik wat water.
Toen Tobi de volgende dag gelukkig weer thuiskwam had ik nog steeds niets gegeten, alleen gedronken.
De volgende dagen wilde ik eigenlijk alleen maar drinken, ik kon niets eten.
Baasje gaf mij wel wat vla, dat was vloeibaar en dat ging er wel in.
Maar mijn normale eten, alleen de gedachte alleen al.
Zo ging dat niet langer zei Baasje en de volgende avond werd ik met reismand en al mee genomen.
Oh oh, toch niet naar Herman toch?
Baasje zei iets over Herman en meteen begon mijn maagje te knorren, gek eigenlijk niet?
Ik miauwde heel zachtjes dat Herman mij toch geen pijn zou doen op mijn leeftijd.
Eenmaal bij Herman, ’s avonds heel laat pas, besefte ik dat ik toch niet gezond was.
Ik had al dagen niet gegeten en voelde me eigenlijk best wel beroerd.
Er was een domme hond in de spreekkamer, die had een sateh-stokje ingeslikt!
Hoe dom kan een hond zijn zeg!
Herman keek eens in mijn bekje, voelde rond mijn lijfje en nam tenslotte mijn temperatuur op.
Mijn temperatuur was gelukkig goed, mijn gebit ook maar Herman voelde duidelijk iets hards in mijn maagje zitten.
Ik zat waarschijnlijk verstopt!
Mooi is dat dacht ik en wat gaat Herman daar aan doen.
Een klysma en wat parafine zal ik morgen aan Kleintje geven hopend dat het los komt.zei Herman tegen Baasje.
Nu wist ik totaal niet wat een klysma was en parafine klonk smerig maar gelukkig dat het allemaal voor morgen gepland stond.
Baasje nam afscheid van mij, hij mocht morgenavond Herman bellen en heel mischien mocht ik weer naar huis.
Herman had de hele tijd niets in onze poezentaal gesproken, ergens logisch want er was een hond en nog een mens bij.
Nadat iedereen weg was zei Herman dat hij morgen zou proberen om mijn verstopping te helpen oplossen.
Maar wat is dan een klysma en wat moet ik met parafine vroeg ik.
Met een vreemde glimlach zei Herman dat ik rustig moest afwachten op de dingen die zouden komen, alles zou echt goed komen.
Tevreden ging ik slapen in gedachten bij mijn maatje Tobi.
Die morgen zou ik nooit vergeten, wat een vernedering stond me te wachten!
Eerst werd ik uit mijn kooitje gehaald en op de tafel gezet.
Ook was er iemand anders bij dus ik kon mijn gesprek met Herman wel vergeten.
Eerst werd er wat van dat smerige spul, parafine, in mijn bekje gespoten.
Oh jakkes dat is me toch smerig zeg.
Toen werd een soort slang van achteren in me gestoken en voelde ik warm water!

En dat op mijn leeftijd in het bijzijn van een andere mens!
Even later moest ik toch nodig, zo vreselijk nodig dat ik van tafel sprong op zoek naar een kattenbak.
Niet te vinden zeg, van ongeloof miauwde ik zo hard ik durfde.
Waar moest ik dan.... laat maar ik was het al kwijt.
Dat stonk, niet te geloven, ik schaamde me diep.
Maar dan had Herman maar een kattenbak moeten klaarzetten, eigen schuld.
In de volgende minuten moest ik wel maar kwam er niets.
Wat later kwamen er wat harde keuteltjes en meteen voelde ik me iets beter.
Na een halfuurtje of zo was het wel genoeg voor vandaag, morgen is er weer een dag.
Oeps dat betekende dus dat ik vanavond niet naar mijn maatje en Baasje terug kon!
Gelukkig hoorde ik ’s avonds baasje zijn stem wel, met tobi was alles goed, alleen hij miste me heel erg.
Baasje miste me ook en wenste me een goede nacht, hij zou morgen weer bellen.
Het is al weer enkele dagen dat ik bij Herman en de andere dieren zit.
Elke dag belt Baasje maar oh ik mis hem en Tobi zo vreselijk.
Op een dag zag ik het allemaal niet meer zitten, zou ik hier ooit wegkomen en Baasje eens zien??
Mismoedig lag ik in mjn verblijf bij Herman en liet mijn kopje verdrietig op mijn pootjes rusten.
Op dat moment kwam Herman binnen en zag mij zo liggen.
Hij schrok vreselijk, dat was hij niet gewend van mij.
Nadat ik hem had verteld dat ik mijn Baasje en Tobi zo vreselijk miste kwam Herman met een idee.
Of ik het goed zou vinden als Baasje langs kwam en mij kwam bezoeken?
Nou langs komen liever niet laat hem dan gelijk maar binnen miauwde ik.
Aan je humor ligt het gelukkig niet Kleintje sprak Herman.
Die avond wachtte ik vol spanning wat er zou gebeuren, het werd later en later.
Telkens kwam een ander dier dat geholpen werd, zou Herman ons vergeten zijn?
Nadat Herman voor de zoveelste maal had getelefoneerd begon ik zo te twijfelen dat ik verdrietig mijn kopje liet zakken.
Wat was dat, ik hoorde de auto van Baasje, zou hij dan toch?
Het was al zo laat, volgens mijn instinct moest het bijna middernacht zijn.
Eerst kwam er een grote hond die mank liep en vlak daarna kwam .... eindelijk Baasje!!
Herman haalde mij, met dekentje en al, uit mijn verblijf en gaf mij aan Baasje!
Wat was dat heerlijk, van pure blijdschap gaf ik een soort gilletje en zette mijn motortje aan.
Eerst heel zachtjes, maar geleidelijk luider en luider.
Baasje vertroetelde mij zo heerlijk, ik voelde me weer thuis.
Ik was wel zwak maar mijn motortje deed het nog prima.
Na een hele poos bij Baasje gelegen te hebben kwam Herman de wachtkamer in.
Nadat Baasje en Herman wat met elkaar hadden gesproken werd ik door Baasje op de behandel tafel gelegd.
Ik kreeg een klein prikje en voelde me iets slaperiger worden.
Volledig hersteld was ik nog lang niet, ik had nog steeds geen echte honger want mijn maagje was nog steeds verstopt.
Af en toe kwam er een klein keuteltje en dat was alles.
Nadat Herman mij dat prikje had gegeven mocht ik nog even op Baasje zijn schoot liggen.
Wat kan een poezenleven toch heerlijk zijn, volgens mij had Baasje heel wat traantjes gelaten want zijn stem klonk heel anders.
Herman liet ons even alleen om de behandelkamer schoon te maken zodat ik heerlijk bij Baasje kon zijn.
Wat later zei Baasje dat Herman en hij hadden afgesproken dat ze alles er aan zouden doen om mij beter te maken.
Hoe blij kan een oude gammele poes zijn dan op dat moment.
Ik sliep al bijna toen Herman terug kwam en Baasje mij voorzichtig
weer aan Herman gaf die me vervolgens naar mijn verblijf bracht.
Zachtjes miauwde ik bedankt Baasje maar alleen Herman verstond wat ik miauwde.