kattenma@2008
Hoofdstuk 30 verteld
door sharky
Heerlijk
die zomer, ik lig hier heerlijk in het zonnetje nu het nog kan want de zomer is
bijna afgelopen.
Wegdromend
herinnerde ik me wat beelden van vroeger, nog voor het asiel.
Dat
waren geen prettige tijden voor mij.
Ik had
al verteld dat ik ooit een zwerfkat was maar heb nooit verteld waarom.
Ooit heb
ik bij mensen gewoond met een hele grote tuin.
De buren
hadden drie katten, huffy,fluffy en puffy.
Vraag
mij geen uitleg over hun namen, ik vindt die ook belachelijk voor ons ras maar
ja.
Op zekere
dag, we waren lekker aan het ravotten met zijn vieren in de tuin werd er een
klein mensje in de tuin gezet.
In ONZE tuin werd een kleine mens
neergezet die nauwelijks kon lopen, dat kroop alleen maar.
Dat
moesten we alle vier even onderzoeken, mischien was dat wel een speelkameraad
voor ons.
Aangezien
ik, sharky, de brutaalste was rende ik naar dat mensje toe.
Helaas
vergat ik dat het gras nat was dus toen ik wilde afremmen slipte mijn pootjes
en kon niet op tijd stoppen.
Met als
gevolg dat ik tegen dat mensje opbotste.
Dat
mensje viel op het gras en wat er toen gebeurde was eigenlijk te veel voor onze
oortjes.
Er kwam
een geluid uit dat mensje, abnormaal zo langdurig iemand kan huilen.
Ik
schrok me een hoedje en rende terug naar mijn speelvriendjes.......die opeens
verdwenen waren.
Ons
toenmalig baasje kwam eraan, overzag het hele tafereel en liep dreigend op mij
af.
Ja ho
even, ik heb niks gedaan, ik slipte en toen.........
Toen
werd ik in mijn nekvel gepakt en over de schutting gezwiept om op straat te
landen.
Nog hoor
ik dat baasje zeggen dat ik daar nooit meer welkom was.
Daar zat
ik dan, geen onderdak, geen eten en waarom?
Besluiteloos
likte ik mijn pootjes die zeer deden van de harde landing.
Na een
tijdje kwamen mijn speelkameraadjes poolshoogte nemen.
Na wat
gepraat te hebben nam ik afscheid van ze want mijn maagje begon te knorren.
Ik moest
eten zien te krijgen, gelukkig hebben poezen een hele goede neus.
Het
duurde niet lang of mijn neus rook een vislucht.
In een
vuilcontainer lag een overheerlijk stuk vis die ik smakelijk opat.
Dit
leventje heb ik noodgewongen een paar weken moeten volhouden.
Na dagen
niet te hebben gegeten werd ik gevonden door een meisje die me naar een asiel
bracht.
Affijn
daar heb ik dus bijna 9 maanden gezeten tot ik bij dit Baasje mocht wonen.
Daar heb
ik nog steeds geen spijt van, ik heb een echt poezenleven hier.