Index2

Awards

Links

deel 1

deel 2

deel 3

deel 4

deel 5

deel 6

deel 7

deel 8

deel 9

deel 10

deel 11

deel 12

deel 13

deel 14

deel 15

deel 16

deel 17

deel18

deel 19

deel 20

deel21

deel22

deel23

deel24

deel25

deel26

deel27

deel28

deel29

deel30

deel31

deel32

deel33

deel34

deel35

deel36

deel37

 

 

 

 

                                                                                                                                                                                                  katenman@2008

 

                          

 

                                        Hoofdstuk 31

 

En in dat poezenleventje hoort ook burengepraat met de buurkat.

Ja die buurpoes komt meestal als Baasje weg is.

Zij springt dan op de vensterbank en begint mij te roepen.

Ik lig dan meestal lekker op mijn bed en zodra ik haar hoor roepen spring ik ook op de vensterbank.

Maar dan aan de binnenkant.

Wij horen en ruiken elkaar omdat het raam iets openstaat.

Nou moet je niet denken dat we de hele tijd met elkaar miauwen.

Onze poezentaal bestaat uit meer dan geluiden hoor.

Onze staart, onze ogen en natuurlijk onze oren hebben allemaal een functie in onze taal.

Laatst vertelde ze me iets, ik kon het haast niet geloven.

Zij vertelde me dat zij een kater kent die een heel eigen karakter heeft.

Als de zoon van zijn baasje naar school gaat loopt hij met hem mee naar de schuur.

Dan springt de jongen op zijn fiets en gaat op weg naar school.

Omdat de kater een veel snellere weg kent, via tuinen etc, is hij altijd iets eerder dan de jongen op school

Nadat de jongen zijn fiets heeft weggezet springt hij op de vensterbank om te kijken of hij wel IN school is.

Eenmaan zeker wetend dat de jongen in het goede lokaal is draait ie zich om en gaat naar huis.

Onderweg pratend met allerlei andere poezen is hij na een uurtje weer thuis.

Na een kort dutje thuis gaat hij weer naar school want de middagpauze gaat zo beginnen.

Na heel even te hebben gewacht op school onderaan een dikke boom komen de kinderen het speelplein op.

Bijna alle kinderen geven hem een aai en als laatste krijgt ie een aai van de jongen.

Als het speelkwartier is afgelopen gaan de kinderen weer naar binnen.

Dus springt de kater weer op de vensterbank, nu iets verderop, om de jongen te zien.

Als de jongen heeft gezwaaid springt hij er weer af en loopt naar huis.

Dan gaat ie wat eten om even uit te rusten.

Inmiddels staat zijn vrouwtjesbaas klaar om boodschappen te doen op de fiets.

Daar gaat hij ook mee, alleen loopt hij nu naast haar op het voetpad.

Want zij gaat meestal naar diverse winkels toe dus weet hij nooit waar zij als eerste heengaat.

Eenmaal bij de eerste winkel gaat hij naast de fiets zitten, als een soort waakhond!

Zodra vouwtjesbaas bij de eerste winkel weggaat loopt hij mee naar de volgende winkel.

Al de boodschappen van de eerste winkel kunnen gerust in de fietstas blijven want hij zit er prinsheerlijk bovenop.

Eenmaal thuis is er soms geen tijd om te luieren want de jongen komt zo weer thuis.

Dus hup weer naar school, even wachten en dan met de jongen weer naar huis.

Vorige maand is de jongen naar een andere school in een andere plaats gegaan.

Hoe hij het wist weet ik niet maar vanaf de eerste dag ging hij niet meer mee,]

In plaats daarvan ging hij wel mee naar buiten en ging op de vuilcontainer zitten.

Zodra de jongen de straat uit is gaat zij naar binnen en valt in een diepe slaap.