SPREUKEN EN UITSPRAKEN……………..
Het verschil tussen honden en katten:
Een hond denkt: He, deze mensen waar ik bij in huis woon, voeren me, houden
van me, verlenen me een warm en droog huis, aaien me en verzorgen me op een
fijne manier.....Ze moeten goden zijn!
Een kat denkt: He, deze mensen waar ik bij in huis woon, voeren me, houden
van me, verlenen me een warm en droog huis, aaien me en verzorgen me op een
fijne manier.....Ik moet een god zijn!
Hier wat verzamelde spreuken betreffende kat of poes
Een kater hebben.
Als de kat van huis is dansen de muizen.
Hij knijpt de kat in het donker.
Het is geen katje om zonder handschoenen aan te
pakken.
Leven als kat en hond.
De kat de bel aanbinden.
Eerste gewin is kattengespin.
Bij nacht zijn alle katten grauw.
Vogeltjes de te vroeg fluiten krijgen de kat.
Gaan we katten?
De kat uit de boom kijken.
Een kat in de zak kopen.
Kattebelletje.
Als de kat van huis is, heeft de hond eindelijk rust.
Als de kat van huis is, krijgt hij bij de buren beter te eten.
Mijn kat lost
alle problemen in 1 keer op: PPrrrrrrrrrrr.
Als de kat zich
wast komt er gewis een gast.
Als de kat met de
rug naar het vuur zit gaat het regenen
De kat in het
donker knijpen.
Een zwarte kat is een slecht voorteken.
Eromheen draaien als de kat om de hete brij.
Kat in het bakkie.
Er was geen kat of hond te bekennen.
Zo misselijk als een kat.
Het muist wat van de katten komt.
Dat weet onze kat ook.
Hij is zo wijs als salomo’s kat.
Als mijn kat een koe was, kocht ik geen melk meer.
Een kat in het nauw maakt rare sprongen.
De kat in de kelder metselen.
Er uitzien als een verzopen kat.
Hij zou hem zijn kat nog niet toevertrouwen.
De kat zal niet met een lege maag weglopen.
Een kat zal nooit met een lege maag van huis gaan.
Een kat komt altijd op zijn pootjes terecht.
Als men de kat op het spek bindt, zal hij er niet van eten.
Maak dat de kat wijs.
Strelende katjes halen het vlees uit de pot.
Van geven kan de kat niet leven.
Iets doen voor de kat zijn staart.
Hij stapt als een kat in de morgendauw.
Een kat krabt hem niet.
Dat wordt katjesspel.
Hij is in de kattenbak.
Dat is geen kattendrek.
Kijken als een lollig katje.
Maak dat de kat maar wijs.
Een kattenrug hebben.
Een kattenrug maken.
In katzwijm vallen.
Je zou de kat naar buiten jagen en zelf in het hooi gaan liggen.
Mijn kat ook een visje.
Wat men spaart uit de mond
krijgt dikwijl de kat of hond.
Zich wassen als de
katten.
“groot bij groot” zei de kat
en ging bij de hond zitten.
Als je een kat naar Engeland
stuurt dan miauwt ze als ze terugkomt.
Geheimzinnig doen als een
kat d’r jong.
Daar wordt de kat een
heks.
Kattenkwaad uithalen.
Dat doen katten uit
hetzelfde mandje nog wel.
Om der wille van de smeer
likt de kandeleer.
Een hond heeft een baas, een
kat personeel.
Zich voelen als een kat in
een vreemd pakhuis.
Er uitzien als een kat die
kikkers vangt.
Een slapend kat vangt geen
rat.
Ligt de poes de hele dag op
de stoel, reken dan op een natte boel.
Dat is niet voor de poes.
Die geen katten lijden mag,
zal nooit een mooie vrouw krijgen!
De muizen hebben de kaas
opgegeten omdat de kat zijn brood moest verdienen.
Honden hebben bazen, poezen
personeel!
Wreed is de kat die de merel
verslindt; wreed is ook de merel die voor de kat wegvliegt.
wie de kat uit de boom kijkt moet zien dat ze niet op
je hoofd valt.